Brechtje Blogt

SinterClaus-ule 2016. Geloof jij nog?

In deze tijd van pepernoten, pakjes en poen zijn veel mensen bezig met het geven van dozen met cadeau’s voor kinderen. Kinderen in Syrische vluchtelingenkampen. Kinderen in Drachten. En kinderen in het eigen gezin. Te midden van al deze liefdadigheid kwam mij een verhaal ter ore. Een diaconaal verhaal.

Dit verhaal gaat over een gezin waarvan de ouders veel, lang en hard werken. En toch is er niet voldoende geld om met Sinterklaas ook een cadeau aan de ouders te geven.

De dochter, een levendige meid van acht, kijkt dit nu voor het derde jaar aan, en begrijpt het niet. Haar geloof in Sinterklaas begint te wankelen. Immers, ze heeft gezien dat haar vader heel lief geweest is. “Ik heb er speciaal op gelet.” zegt het meisje. “Je kunt gerust een verlanglijstje schrijven.”

De lichte wanhoop van het meisje wordt voelbaar. Hoe kan een Sinterklaas die mijn vader overslaat nu een Sinterklaas zijn? Wat voor addertje zit er onder het gras? Of om het in management-taal te zeggen: welke clausule heeft Sinterklaas dan in zijn grote Rode Boek? Hoe kan het dat iemand die zelf – vanuit een diepgeworteld rechtvaardigheidsgevoel – zoveel geeft, zèlf niets ontvangt? Sinterklaas wordt zo alles behalve een feest. Laat staan een diaconaal feest.

In deze tijd van lichtjes, lange nachten en het uitzoeken van nieuwe lease-auto’s zijn veel mensen bezig met het aankleden van hun huis, zichzelf, en een uitgebreide tafel. In deze tijd van gezelligheid, lijken er wel meer, en schrijnender verhalen te zijn. Diaconale verhalen. De gezelligheid die de eenzaamheid in ons naasten raakt. De feestelijkheid die het gemis en verlies van dierbaren raakt. En de huiselijke warmte die de kou in de harten van mensen raakt. Ik moet dan denken aan een spreuk van Carol Nelson: “kerstmis is een tijd waarin je heimwee krijgt, zelfs als je thuis bent.”spreuken-kerstmis

En is het ons ‘thuis voelen’ niet wat bij ons allen, alle mensen – ja, ook de zwarte, rode en gekleurde pieten – bovenaan het verlanglijstje staat?  Wie wil zich niet veilig en geliefd weten?

Wat staat ons dan – diaconaal gezien – te doen in deze maand van lichtjes en gedichtjes? Als Sinterklaas zonder recht op een verlanglijstje ons doet wankelen in het geloof? En als kerstmis zonder licht, warmte en gezelligheid; zo zonder thuisgevoel, ons doet afvragen waar we echt en daadwerkelijk naar verlangen? Waarop we oprecht en dadelijk hopen .. en verwachten.

Een pasklaar antwoord daarop heb ik niet. Wel een vraag om mee op pad te gaan: Heb jij Gods zegen dit jaar kunnen ontvangen? Heb jij in 2016 voldoende licht, warmte en liefde kunnen geven?

Brechtje blogt: een eendje in z’n eentje

Wandelend langs het Reidingpark op weg naar de Grote Kerk, hoor ik “pieep, pieep, pieep…” “pieep, pieep, pieep”. Het gepiep gaat onophoudelijk door, en ik voel een knoop in mijn buik en loop naar het water toe om te horen waar het vandaan komt. Ik zie een heel klein, jong, donzig eendje in zijn eentje wanhopig zwemmend op zoek naar zijn moeder.

Het gepiep geeft me een paniekerig gevoel, alsof mijn moederinstinct wordt aangesproken. Hoe kan ik dit eendje helpen? Wat moet ik doen? Ik loop naar de kant van het water om zicht te krijgen op de situatie. Maar hoe dichter ik bij kom, hoe gespannender het eendje wordt en onder het gebladerte kruipt. Aangesproken door een pijnlijk, hulpeloos en afhankelijk geroep, bespreek ik in mezelf tal van opties wat ik kan doen om dit arme diertje te helpen.

Terwijl het eendje “pieep, pieep, pieep” blijft roepen, ben ik in gedachten bezig met een kleedje om op te zitten, wat proviand, warme kleding, mijn agenda en afspraken. Want ik besef wel dat als ik dit beestje wil helpen, ik het vertrouwen zal moeten winnen, en dat zal veel tijd kosten. Het eendje zal niet op de kant, dankbaar op mij af springen, en in mijn armen vliegen.

Vertrouwen. Vertrouwen is niet bepaald vanzelfsprekend voor iemand die hulpeloos, in paniek en zonder veilige moeder is. Vertrouwen vraagt geduld, trouw, liefde en ook bescheidenheid. Ik, o mens, help jou, oh klein, afhankelijk diertje wel. Dan ben je me vast dankbaar. Dit is nu niet bepaald een gedachte waar veel bescheidenheid uitspreekt.

Net op het moment dat ik besef – met pijn in mijn hart – dat ik mijn hulp aan dit eendje moet loslaten, zie ik nog een eendje! Net zo klein, net zo donzig en net zo jong. Hun zwemvliesjes gaan in het water razendsnel tekeer. Zodra ze elkaar opzoeken, houdt het gepiep op en mijn hart maakt een sprongetje! Het weeïge gevoel van tekortschieten en onmacht, verandert in hoop en blijdschap. Of ze het redden – zonder moeder – weet ik niet, maar ze hebben elkaar!

Ik loop verder en besef me dat we in inloophuis ’t Centrum ook zo’n broertje, of zusje, mogen zijn. Of het eendje nu in paniek is, wel of niet piept, haar moeder zoekt en nodig heeft … het is niet aan ons om het op te lossen, maar om er trouw te zijn. Liefdevol op te zoeken in het water. En bescheiden te vertrouwen op G’d als moeder; Onze Hulp is in de naam van de Heer, die Hemel en Aarde geschapen heeft, en … nooit laat varen het werk van zijn handen.

Brechtje blogt: ‘Mens (m/v) zkt G’d (die Ene), ‘G’d rpt mens’

“De mens is niet alleen” is de titel van Heschels boek dat mij raakte door zijn titel. Het is een weten waarover je de ene dag twijfel of scepsis ervaart, de andere dag bevestiging, geloof en vertrouwen. Afgewisseld met een dag van hoop, verlangen en misschien wel weemoed.

De mens is dan misschien niet alleen, maar wie heeft zich niet (eens) door G’d en mens verlaten gevoeld, als ´een uil in de woestijn, een steenuil in een verlaten bouwval, slaap ken ik niet, ik ben eenzaam´ (Ps. 102)? Bezwijkend onder afschuwelijke gevoelens, rest daar alleen nog een hongergeroep naar twee-zaamheid. Eenzaamheid op zoek naar Eenheid (Echad)

In de ‘week van Eenzaamheid’, werd door Tegearre ook meerzaamheid georganiseerd. Samen eten, zingen, spelen, bidden en ontmoeten op diverse locaties in Drachten. In inloophuis ’t Centrum stonden de deuren open en kreeg het middaggebed aandacht van het thema eenzaamheid.

En, mochten er al enige twijfels zijn of de juiste Bijbelse teksten om te bidden, te lezen en te zingen wel het thema eenzaamheid recht in haar hart konden raken … de woorden van de bezoekers waren gebeden als psalmen, klachten als klaagliederen en preken als prediker.

Want hoe diep is de eenzaamheid als je als enige overblijft, ontdaan van je naasten en vluchtend voor de gruwelen van oorlogen die uit zijn op uit elkaar drijven, in plaats van eenheid?  En zo bidden wij voor ´Bram, als enige overlevende van de tweede Wereld Oorlog’.

Want hoe jammert en klaagt Jeremia ook niet, verdreven, uitgesloten en in ballingschap gedaan… zonder thuis, zonder tempel, zonder geloof? En zo bidden we voor ‘mensen die buiten de maatschappij vallen en die buitengesloten worden.’

Want hoe verlaten is het niet als je niet meer gelooft en vertrouwt in de liefde en goedheid van anderen, van mensen en van G’d? En zo bidden we ‘voor mensen die de liefde van G’d niet (meer) kunnen voelen.’

Als mens eenzaam en verlaten, moedeloos om nog eens de weg te zoeken naar buiten uit de zinloosheid. Uitgeput om nogmaals in beweging te komen op zoek naar een ander. Opgegeven de hoop dat er Iemand is, op weg naar jou!

En terwijl we in de eenzaamheid wegteren in een waterloze woestijn, of in een droge en vlakke steppe, horen we iemand roepen. Iemand roept in de woestijn: ‘Baan de weg voor de Heer. Maak in de steppe een rechte weg voor onze G’d!’ (Jesaja 40).

In Jesaja (wiens naam betekent de Heer is mijn redder) wordt door Johannes de Doper zijn naamgenoot, Jezus, aangekondigd en opgeroepen: maak recht de weg van de Heer!

De weg van mijn hart naar mijn Heer is niet altijd recht, vlak en open…

Zijn weg naar mij … altijd.